Hoe verhouden duurzaamheid en circulariteit zich tot elkaar?

Interleuven geeft haar visie toegepast op een circulair bedrijventerrein.

In het project CIRCULER worden verschillende thema’s meegenomen, die niet allemaal meteen de ‘circulaire’ bel doen luiden. Tijdens de vorige sessies werd al enkele keren de vraag gesteld waar het verschil ligt tussen circulariteit en duurzaamheid en wat we moeten nastreven voor het circulair bedrijventerrein. Als trekker van het project geeft Interleuven graag weer hoe zij dit ziet (en zag bij indiening van het project).

De circulaire economie zorgt er in de eerste plaats voor dat we materialen en producten blijvend kunnen inzetten. Er wordt gestreefd naar het sluiten van kringlopen om zo weinig mogelijk tot niets verloren te laten gaan. Binnen de thema’s ‘grondstoffen en materialen’ en ‘energie en gebouwen’ ligt dit het meest voor de hand. Men verkent hier reeds volop het circulaire pad. Circulair bouwen is bijvoorbeeld steeds meer in opmars. Eén van de centrale vragen in de circulaire economie is ook ‘hoe doen we het met minder?’. Deze vraag is volgens ons toepasbaar op alle thema’s in het project.

We kunnen ons bijvoorbeeld de vraag stellen hoe we dezelfde economische activiteit kunnen uitoefenen op een kleinere oppervlakte. We verminderen het gebruik van de grondstof grond/ruimte. U maakt zich hierbij misschien de bedenking ‘is dit niet het principe van zuinig of efficiënt ruimtegebruik?’ en ‘is dit niet een principe van duurzaamheid?’. Uiteraard bereiken we hiermee dat er duurzamer wordt omgesprongen met de beschikbare ruimte. Circulariteit gaat ook verder dan dit. Binnen het thema ‘ruimte’ zien we bijvoorbeeld ook het meervoudig gebruik van infrastructuur en misschien nog fundamenteler, nieuwe vormen van uitgifte van grond. Wanneer gronden, gebouwen, infrastructuur, … gemeenschappelijk worden beheerd kunnen deze sneller (dan in privé-eigendom) opnieuw worden geactiveerd of een tijdelijke ‘nieuwe’ invulling krijgen.

Het vorige voorbeeld toont aan dat duurzaam ook circulair kan zijn. Maar circulair hoeft niet meteen duurzaam te zijn. Graag geven we een voorbeeld uit het thema mobiliteit. Binnen het mobiliteitsvraagstuk ‘hoe zorgen we voor minder auto’s op de baan?’, zijn er ook niet duurzame oplossingen die effectief kunnen zijn, het inzetten op carpoolen bijvoorbeeld. Carpoolen vermindert het aantal wagens aanzienlijk. Echter hoeven de wagens waarmee wel nog wordt gereden niet meteen duurzaam te zijn om een oplossing te bieden. Duurzamere oplossingen zijn een overstap maken naar de fiets, de step, het openbaar vervoer,… of gewoonweg te voet gaan. U voelt zelf aan dat we liefst kiezen voor een combinatie van beide. Een circulair bedrijventerrein zal dus bij voorkeur zowel circulair als duurzaam zijn.

Uit de eerste sessies van het project CIRCULER kunnen we reeds concluderen dat een circulair bedrijventerrein zoveel mogelijk zelfvoorzienend moet zijn, waarbij de negatieve uitstroom naar de omgeving wordt beperkt, maar ook in interactie moet gaan met haar omgeving. Een bedrijventerrein zou naast lasten ook lusten kunnen brengen aan haar omgeving.

De benaming CIRCULER werd niet zomaar gekozen. Het staat voor rondgaan, stromen en drukt tegelijkertijd actie en beweging uit. Binnen CIRCULER willen we dus ook in interactie gaan met de omgeving rond het bedrijventerrein, daarom is de inbreng van bewoners en bedrijven van uiterst belang in dit project. De communicatie en burgerparticipatie is ook doelbewust op verschillende doelgroepen toegesneden om een zo goed mogelijke representatie van de omwonden te krijgen in het project. Er werd ook een apart thema ‘gebruikers’ in het leven geroepen, waarin we onder andere onderzoeken hoe de interactie tussen bedrijven, werknemers en omwonenden op een bedrijventerrein kan plaatsvinden. Een circulair bedrijventerrein is voor ons naast circulair en duurzaam bijgevolg ook sociaal.

In het thema ‘omgeving(skwaliteit)’ is de gebruiker eveneens van belang. Er wordt aandacht geschonken aan de kwaliteit van de buitenruimte van het bedrijventerrein voor haar gebruikers (bedrijven, werknemers, bezoekers, … maar ook bijtjes, vogels, …) en haar omgeving. Belangrijke aspecten hierbij zijn de toegankelijkheid en doorwaardbaarheid van het bedrijventerrein en de kwaliteit van de inrichting van haar open ruimtes met aandacht voor biodiversiteit. Bij het inrichten van een circulair bedrijventerrein is ook ecologie een criterium.

We kunnen concluderen dat een circulair bedrijventerrein zowel principes van duurzaamheid als principes van circulariteit zal nastreven. Daarenboven zullen de ecologische en sociale dimensie evenzeer een plaats krijgen binnen het circulair bedrijventerrein. Alle thema’s in het project kunnen aldus bijdragen aan een hogere mate van circulariteit. Het resultaat van het project zal uiteraard onderhevig zijn aan voortschrijdend inzicht. CIRCULER betekent immers ook een voortgang door voortdurend te vernieuwen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *